Skip to main content

In dit interview vertelt Bea ons over haar ervaringen in het hospice, over hoe het met haar gaat, hoe ze geniet van alle liefde en zorg, maar ook hoe ze emotioneel omgaat met het besef dat ze in het hospice is om te sterven en niet meer naar huis zal gaan. Een ding is zeker, Bea is gaan houden van het hospice. Dit is nu haar thuis voordat ze “naar het licht gaat”.

Iedereen op Curaçao weet wel wie Bea Moedt is. Menigeen zal haar omschrijven als een kleurrijke en goedlachse verschijning. Deze eigenwijze dame die altijd in is voor een praatje en een grapje wist de afgelopen jaren menig hart te veroveren met haar prachtige foto’s. Van portretten tot natuurschoon, vanuit de helikopter tot op het water, alles weet Bea op een unieke wijze vast te leggen. 

Op 15 januari 1993 is Bea op Curaçao komen wonen dat ze ook wel het geweldige fotoparadijs noemt. Na haar eerste TIA maakte zij foto’s om zich situaties te kunnen herinneren. Ze bleek enorm talentvol en een tweede leven voor Bea werd geboren. Met haar fotografie won zij verschillende prijzen, waaronder in 2015 de grote Foam Paul Huf Award. Bea bracht verschillende boeken uit met haar prachtige foto’s. Vanuit het hospice werkt ze nu aan haar laatste boek, waar we allemaal binnenkort van kunnen genieten.

“Graag zou ik het record willen verbreken van hoelang iemand in het hospice verblijft. Dat betekent dat ik het één jaar, drie maanden en een week vol moet houden. Op het moment verblijf ik bijna drie maanden in het hospice, dus ik heb nog even te gaan.

“Ik moet bezig blijven. Als ik niet meer bezig ben of als ik mijn humor kwijtraak, dan zal ik hard achteruitgaan. Ondanks dat humor een sterke karaktereigenschap van mij is ben ik ook maar een mens met gevoel. Dit kwam vooral tot uiting in mijn eerste week in het hospice. Ik heb me te pletter gejankt, doordat er wildvreemde mensen zo ontzettend lief voor mij zijn. Daar heb ik heel veel problemen mee gehad, omdat ik het simpelweg niet begreep. Dat geldt niet alleen voor mij hoor. De verpleegkundigen en vrijwilligers zijn voor iedereen ontzettend lief. Voor elkaar, voor de andere bewoners en voor de familieleden van de bewoners. Het is één groot warm bad waar je in terecht komt. Het gaat ook de hele dag door. Natuurlijk krijg je thuis veel liefde, maar dat hoort ook zo. Alleen je verwacht het niet van wildvreemde mensen. Ongeacht afkomst, kleur en status. Iedereen krijgt hier zoveel liefde en aandacht. Dat is ook hoe het leven zou moeten zijn, dat het niet uitmaakt wat iemand gelooft of wat voor werk hij of zij doet. Dat heeft mij in het leven nog nooit geïnteresseerd. Als je doodgaat kun je geld en status toch niet meenemen. Ik heb nooit aan geld gehangen en heb veel vrijwillig gedaan. Ik had daar zelf veel plezier in en je maakt er een ander blij mee. Dat is waar het mij om te doen is.

Ik voel me thuis in het hospice

Ik verblijf nu tien weken in het hospice en voel me hier compleet thuis. In de eerste week was ik natuurlijk enorm emotioneel en daarna overviel mij het gevoel dat ik iets terug wilde doen, alleen ik kan niks meer. Toen Barry Hay, onze huisvriend en de ex-leadzanger van Golden Earring, mij opzocht heb ik hem gevraagd om samen met mij een foto te maken. Deze heb ik toen op Facebook geplaatst en voor iedere like die deze foto opleverde 0,50 ANG aan het hospice gedoneerd. Dat is gigantisch uit de hand gelopen, ik kreeg daar zo’n energie boost van. Niet per se door het geld, maar door de warme en overweldigende reacties. Voor mij is dat zo ontzettend eng, ik ben namelijk iemand die liever geeft dan ontvangt. Ik heb nu alleen geen keuze meer. Ze hebben hierboven voor mij besloten dat ze alleen nog maar zullen geven. Heel het draaiboek en hoe het nu verder zal gaan ligt al vast, dat is wat ik geloof. Ik geloof niet in toeval, maar iets valt je toe. Net als dat ik na mijn TIA enorm veel talent bleek te hebben voor fotografie. Dat zet mij wel aan het denken. Ik vraag me dan af waar dit nu weer toe lijdt, mijn zijn hier, mijn verblijf in het hospice.

Lachen en huilen moet je allebei doen

Met de medebewoners in het hospice heb ik zo’n ontzettende mooie band opgebouwd. Het maakt niks uit dat je weet dat dit van korte duur zal zijn. We hebben dikke pret, troosten elkaar, hebben veel gesprekken onderling en met de familieleden. Veel mensen blijven bij hun familie slapen in het hospice, dat kan hier ook gewoon. Dan maken we ’s avonds nog even een praatje op de porch.  Ik zeg maar zo, je hebt de achterblijvers en de gaanders. Ik zit toevallig aan de gaanders kant en door veel gesprekken te voeren leer je beide kanten goed te begrijpen. Het helpt enorm om er met elkaar over te praten. Ik begrijp op die manier mijn achterblijvers ook veel beter en krijg bevestiging dat mijn eigen gedachtes niet gek zijn.

Deze gesprekken zijn mijn versterkingspuntjes. Ik heb ook niet elke dag een goede dag, ben ook maar een mens en dit soort momenten helpen je dan enorm. Zoals vanmorgen in de douche. Ik schrok me te pletter. In een korte tijd ben ik zo ontzettend dun geworden. In de douche keek ik naar mijn lijf en zag al mijn botten. Natuurlijk is dat al een tijdje aan de hand, maar vanmorgen werd ik daar ineens heel bewust mee geconfronteerd. Alsof het ineens binnendrong. Dan moet ik huilen en denk dat het zo niet door moet gaan, dat het nu wel heel hard gaat. Het is niet anders, ik kan er niks mee en ik wil ook niet aan slangetjes komen te liggen. Ik vind niet dat ik dat verdiend heb. Aan de andere kant ben ik ook wel weer zo nuchter en bedenk ik mezelf dat als ik blijf huilen ik geen gewicht erbij krijg, maar dat het er wel sneller afgaat. Lachen en huilen liggen ook zo dicht bij elkaar. Je moet het vooral alle twee doen.

Maak er wat van!

Over lachen gesproken, ik ben nu met een boek bezig. De dame die alles coördineert vroeg aan mij of ik een deadline heb. Hierom lagen we natuurlijk enorm in een deuk. Zij spreekt in vaktaal, maar voor mij heeft dat nu een dubbele lading. In september moet alles klaar zijn. Mocht ik sneller achteruitgaan dan ik hoop, dan heb ik het zo ingericht dat het boek ook zonder mijn directe input verder opgepakt kan worden. Het boek komt er dus hoe dan ook en alle opbrengsten van het boek gaan naar het hospice.

Ik heb hier in het hospice een totaal ander leven dan thuis. Het is een vreemde dimensie. Je weet dat je doodgaat, je weet alleen niet wanneer je doodgaat en ik kan er ook nog zoveel tussenin doen. Ik besef me dat dit niet iedereen gegeven is, mijn hoofd is gelukkig nog helemaal helder. Het bed ligt lekker, het eten is lekker, ik heb mooi uitzicht en de mensen zijn lief. Ik mag alleen niet zelfstandig lopen. Ze zijn bang dat ik val, want ik loop een beetje wiebelig. Dan druk ik op het belletje en word ik direct geholpen. Tussen 1 en 3 heb ik lekker mijn bejaarden tukkie. Soms iets langer als ik een drukke ochtend heb gehad. Een drukke ochtend verschilt echt per dag. Ik kan het na tien minuten op de porch zitten al druk genoeg geweest vinden. Dan komt de man met de hamer en ben ik ineens zo moe, dan ga ik naar bed.

Toen ik in 1993 op Curaçao kwam wonen vond ik de begraafplaatsen ontzettend mooi, maar wel heel saai. Sindsdien heb ik gezegd, ik wil een blauw huisje en in de afgelopen periode is dat in orde gemaakt. Op begraafplaats Brievengat staat mijn blauwe huisje en ik heb een mooie blauwe kist. Fijn, lekker dicht bij het hospice en op mijn eigen eiland. Mijn rouwkaart is knaloranje. De kleur van de flamingo. Alles is klaar, de muziek is uitgezocht. Deze komt van de nieuwe CD van Barry Hay en JB Meijers die aan mij is opgedragen. Dat geeft me een stuk rust. Dan is ook die cirkel weer rond. Ik kan nu rustig gaan, alles is geregeld. Het lijkt me mooi om in de avond mijn ogen dicht te doen en dan naar het licht te gaan. Dat is waar ik in geloof. Dat mijn energie naar andere energie toegaat. Ik noem dat terug naar het licht gaan. Wij zijn allemaal energie en we gaan ook terug naar energie. Iedereen geeft daar een eigen naam aan, God bijvoorbeeld of Allah. Volgens mij komt het allemaal op hetzelfde neer.

Voor nu hoop ik dat het mij gegeven is mijn laatste boek af te kunnen maken en tijd te mogen doorbrengen met de mensen die mij dierbaar zijn. Tijd samen hebben en lief voor elkaar zijn is zo belangrijk. Voor elkaar zorgen, naar elkaar omkijken en even vragen hoe het nou met iemand gaat. Dat soort dingen kosten niks en tegelijkertijd zijn er zo weinig mensen die het doen. En ja, we gaan allemaal een keer dood en niemand weet wanneer, dus ik zeg altijd, maak er wat van!

 

Tekst en interview door Marlous Vlasblom-Molendijk
Marvelous Media & Communications

Vind u dit interessant, deel deze blog dan gerust met anderen.

Blogs die u waarschijnlijk ook interessant vindt

Het verhaal van Annemarieke - Hospice Arco Cavent - CuraçaoVerhalen
4 februari 2021

Het verhaal van Annemarieke (49)

Het mooiste aan mijn vak heb ik altijd terminale zorg gevonden. Als jong meisje kwamen de patiënten die gingen hemelen al onder mijn vleugels.
Het verhaal van Kitty - Hospice Arco Cavent - CuraçaoVerhalen
24 januari 2021

Het verhaal van Kitty (45)

Geniet van elk moment, je weet nooit wanneer je laatste dag is. Hier word je daar wel vaak aan herinnerd.